~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

schemerliefde

Dag mam


Mam, we zullen nooit vergeten
Hoe sterk je was en hoe gedreven
Vol wilskracht tot de laatste dag
Dat je stormen kunt trotseren
Heb je aan ons meegegeven

Het leeft voort in onze harten
Jouw onvoorwaardelijk houden van
En de band die jij ons smeedde
Zal door ons gekoesterd blijven
Nu jij het zelf niet meer kan

Zorgzaamheid, dat was jouw leven
Onbaatzuchtig, eigenwijs
En je leed nooit graag verliezen
Ook niet toen je moest beginnen
Aan je allerlaatste reis

Mam, we gaan je vreselijk missen
Maar jij gaf ons kracht en moed
En je zal altijd levend blijven
In prachtige herinneringen
Dag lieve mam, het ga je goed

 

Verborgen portret


't fragiel gezichtje in grafiet
van wat toen nog mijn maatje was
doelloos in lege handen
portret dat stil getuige is
het moederleed
de doorgesneden banden

nog streel ik het weerbarstig haar
dat pijnlijk wonden open schuurt
verdrink in duistere ogen
beroer ik de gesloten mond 
tot bloedens toe
het hoofd diep neergebogen

stilaan verstoft de beeltenis
verborgen in de dode kast
waar eerder truien lagen
geen muur van mijn verlaten huis
is sterk genoeg
om zijn portret te dragen

 

Elfje: Poezelig

 

POEZELIG
ZACHTE POOTJES
MET SCHERPE NAGELS
KRASSEN IN MIJN HOOFD
KATER

 

Meer dan lief

 

ik mag het niet
je lippen strelen
maar ze zijn me lief
zó lief.....

hoe ze vurig 
hartstocht blussen
letterstromen vangen
tot één liefdeswoord
de dans ontspringt
strakke lijnen
in je wangen
laten krullen
tango's zwieren
als je liedjes zingt
hoe ze klemmend
schreeuwen binnensluiten
om wat pijnlijk
in je lichaam woedt
voor elk afscheid
lieflijk tuiten
in verzwijgen
hoe het verder moet

meer nog dan lief
zó lief.....

als vannacht
je lippen stilte spreken
woorden niet genoeg zijn
of teveel
dan zal ik ze zachtjes
even strelen
éven maar
heel onverwacht

en als altijd
zul je zeggen
dat het kriebelt

en je lacht

 

Elfje: Stralend

 

STRALEND
GOLVEND ZONLICHT
IN WATERVAL GEVANGEN
GEBROKEN TOT KLEURIGE LINTEN
REGENBOOG





Elfje: Getekend

 

GETEKEND
IN SPOREN
OOGT HET OOG
HOE OUDER HOE WIJZER
KRAAIENPOOTJES



 

Carpe diem


hoe dapper jij
op kousenvoetjes
door het leven struint
of even stilstaat
om te bukken
ach, kon ik net als jij
de dag nog plukken
de wereld met mijn ogen
laten stralen
hoeveel zachter
dan een veer
zou dan een voetstap zijn
en hoe lichtvoetig
de verhalen
als ik grenzeloos
mijn reizen
nog kon kiezen

ik wilde nooit
het kind in mij verliezen
maar de sporen
die ik achterliet
passen allang niet meer 

 

Senryu: Gevallen

 

WIE SLECHTS UIT LIEFDE
OP EEN VOETSTUK WERD GEPLAATST
BREEKT MEER DAN EEN HART


 

Sneeuw


Kleurrijke vogels
schrijven een sprookje
in wonderlijk braille

Over dansende feeën
die de aarde belagen,
donzige schapenkoppen
op neerbuigende halmen
en vurige appelkabouters
met witte puntmutsjes                                  

Verwonderd en gretig
verzwelg ik de zinnen
begroet koning Winter
met tintelende vingers
tot het einde weemoedig
in pekel verdwijnt

 

 

 

Soldaatjes


Zijn leger uitgestald
alsof het elk moment
ten aanval gaat

Voorzichtig 
loop ik eromheen
ontwijk sabels
en geweren
stel oorlog uit
tot morgen

Flitsend (on)genoegen


op een cadans van kilometers asfalt
voert ze de blower naar zijn hoogste stand
ze ziet zijn handen strak het stuur omklemmen
als ze heel onverwacht in zachte berm belandt

ze tart met lust de flitspaalmaniakken
terwijl haar duivelin zijn staal bestuurt
en pompend remt ze op de hoogste punten
tot hij geen enkele drempel meer verduurt

tot barstens toe zal zij de tank weer vullen
zijn motor kookt het stomend heet genot
terwijl zijn benen, zwaar geschokt, zich strekken
berust het gaspedaal neerbuigend in zijn lot

 

Misstap


Hoe licht ze nog
de boze wereld binnentrad
niet wetend hoe ze zich verliezen zou
in wat door het verleden werd bepaald
en hoe naïef
ze al haar zekerheid vergat
wat toen ze wijzer was
met schuldgevoel werd terugbetaald

Haar leven
zou een andere wending nemen
bedachtzamer
en meer bekritiseerd
tot ze van liefde en vertrouwen
de werkelijke waarde had geleerd

 

Dromen


gedachten in beelden
onuitgesproken nog
en onbeschreven

tot ze in tekens
van taal
gekluisterd worden
aan het leven

en dan sterven
in bedrog

 

Senryu: Zwart-wit

 

VRIENDSCHAP IS KWETSBAAR
VERLIEZEN VAN VERTROUWEN
LEDIGT AGENDA'S

 

Senryu: Laatste ontmoeting

 

ZE HEBBEN GESCHAATST
SAMEN DE KRASSEN GETELD
HET IJS GEBROKEN

 

Balancerend


Zwaar zijn de uren die zij niet verwachtte
als er een felle storm naar binnen jaagt
die haar met stil verdriet en angst belaagt
en haar ontmenst in pijnlijke gedachten

Licht zijn de uren die de bronnen vangen
van elke gouden zon die zich vertoont
alsof ze in een zonnehemel woont
een paradijs van tomeloos verlangen

Maar hoe de meeste uren ook verstrijken
nog in het oude jaar ontluikt haar lach
als een ontmoediging voor elke slag
waarbij de weersgesteldheid zwaar zal blijken

Ze bidt zich paradijselijke uren
en laaft zich aan de warmte en het licht
zodat de prille lach op haar gezicht
voortaan de felle stormen kan verduren

Dat nieuwe jaar voelt zij zich heel bijzonder
alsof er niets is dat haar rust verstoort
tikken de uren ongemerkt voort
en vindt ze evenwicht als in een wonder

 

Kerstbericht


En koud, zó koud
vind ik het arme beest
verborgen
onder knisperend blad
voorzichtig strijk ik
't lijfje glad dat ooit
zo stralend is geweest
maar nu vervaald
tot warrig grijs
getuigt van een
te hoge prijs
door hem betaald

De vredesduif
wellicht verdwaald
                    die roerloos                    
                               in mijn tuintje ligt                              
als onheilspellend
kerstbericht

Gedeelde smart


En hij...

Hij draagt de waanzin
gegijzeld door het lot
en witte woedevuisten
slaan ravijnen in zijn hart
en muren steeds kapot

En zij...

Zij sterft de doodsangst
gegeseld met het leed
en rood omrande ogen
huilen zeeën in haar hoofd
waar ze geen kust voor weet

Maar God...

Hij ziet het lijden
en draagt met hen het kruis
en lopend over water
sjouwt Hij stenen naar ze toe
en bouwt een sterker huis

 

Wel-licht


was de dader
maar een dichter
dan had hij
zijn haat verwoord
en kon hij
zijn woede uiten
had hij niet
hoeven besluiten
tot zo'n laffe moord

was de dader
maar een dichter
dichterslevens
zijn wat lichter

 

Misplaatst


Stoeiend, achter deuren
tot genot

Het Grote Gebeuren
-zoveelste poging tot-

Het leuren…

Wat een onding!
Scheur kapot!

Ik wíst dat ’t misging

Oh, gruwelijk dichterslot!