Gratis muziek?
Luister nu gratis naar muziek!
www.nl.fm
Date Spotter
Nog geen date gespot?
www.datespotter.nl
Pagina maken?
Deel je kennis met anderen!
www.startspot.nl
StartVriend.nl
Maak een eigen website!
www.startvriend.nl

Meer dan lief

ik mag het niet
je lippen strelen
maar ze zijn me lief
zó lief.....

hoe ze vurig 
hartstocht blussen
letterstromen vangen
tot één liefdeswoord
de dans ontspringt
strakke lijnen
in je wangen
laten krullen
tango's zwieren
als je liedjes zingt
hoe ze klemmend
schreeuwen binnensluiten
om wat pijnlijk
in je lichaam woedt
voor elk afscheid
lieflijk tuiten
in verzwijgen
hoe het verder moet

meer nog dan lief
zó lief.....

als vannacht
je lippen stilte spreken
woorden niet genoeg zijn
of teveel
dan zal ik ze zachtjes
even strelen
éven maar
heel onverwacht

en als altijd
zul je zeggen
dat het kriebelt

en je lacht

 

Misstap


Hoe licht ze nog
de boze wereld binnentrad
niet wetend hoe ze zich verliezen zou
in wat door het verleden werd bepaald
en hoe naïef
ze al haar zekerheid vergat
wat toen ze wijzer was
met schuldgevoel werd terugbetaald

Haar leven
zou een andere wending nemen
bedachtzamer
en meer bekritiseerd
tot ze van liefde en vertrouwen
de werkelijke waarde had geleerd

 

Loslaten


Ik brak de stenen
zie ik nu
veel sneller
dan jij bouwen kon
veroverde de ruimtes
die jij gesloten dacht
ontwortelde jouw vrijheid
en blind voor wat jij voelde
dat het jou benauwde
en jij niet verder kon
was ik bijna verdronken
in jouw diepste gracht

De kou vernevelt kleuren
in het stilzwijgende water
en ik laat ze niet meer komen
de duizend vragen
die er zijn
waarop ook jij
geen antwoord kent

Maar gooi niet weg
wat mooi was
zeg dat het niet gebeurt
dat het niet zo zal zijn
dat ik je stem verlies
ik wil nog met je praten              
dat je soms bij me bent
zodat dat jouw verf
af en toe
mijn leven even kleurt

 

                                                        http://nemosplace.deviantart.com

Revanche


Gisteren
kwam ik je tegen
jij die me ooit
in een koude winter
mijn lief afnam
met je mooie praatjes
en je zomerzongezicht

Nooit vergat ik
hoe je pochte
over het hete bad
waarin hij die dag
op je wachtte
hoe wreed je mij
met wit gelaat
verbijsterd achterliet
verslagen
omdat ik niet eens
een douche had
laat staan een zonnebank

Gisteren
kwam ik je tegen
rimpels alom
in je grauwe
door het baden
verweekte vel
gebukt onder zijn last
van lege tassen
en niets meer te vertellen
liep je mij
nee, liep je óns voorbij

Ik twijfelde nog
of ik je zou laten struikelen
maar je was allang gevallen

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~ Conclusie ~~~~~~~~~~~~~~~~~


JIJ WAS VEEL VERDER
DAN DE AFSTAND
EN IK VEEL EENZAMER
DAN ZONDER JOU
WE KONDEN NIET VASTHOUDEN
MAAR OOK NIET LOSLATEN
EN WE RUIMDEN HET PUIN
VAN EEN TOREN
DIE GEBROKEN WAS
OVERBRUGDEN DE JAREN
VAN AFZIEN

TOT IK JE VOND
IN EEN WONDERLIJK BESEF
VAN ZIELSVERWANTSCHAP



Dood door schuld


Ze hoort het moedeloze aan
van in het nauw gedreven leed
het ongelooflijk ongeloof
voor alles wat hij deed

Ze schreeuwt het radeloze uit
van in de knel geraakte pijn
het angstaanjagend angstgevoel
voor wat hij niet kon zijn

Ze schopt het machteloze weg
van in de kiem gesmoord verdriet
het onbegrepen onbegrip
voor wat hij achterliet

Zo sterft ze dagen achtereen
om te begraven wat ze had
brekend, al wat breekbaar is
al wat ze ooit bezat

~~~~~~~~~~~~~~~~ Lentewens ~~~~~~~~~~~~~~~~


laat me jouw lente zijn
en nooit meer
zonder liefde

je winterluiken
sprankel ik
vol kleuren lucht
en licht
en als je vlucht
dan dartel ik
mijn tere bloesems
op je huid en streel je
ogen dicht

laat me toch lente zijn
en nooit meer
zonder jou

ontluikend zal
mijn middagzon
je zoete kussen
stralen
en intussen
zoem ik dan
de luchtkastelen
uit je hoofd en fluit je
mijn verhalen

oh, laat me lente zijn
jouw lente
liefde zijn

dan zal ik in je
nestelen
en broed jouw
zomers uit!



~~~~~~~~~~~~~~ Zinloos gedicht ~~~~~~~~~~~~~~


vandaag wil ik
geen dichter zijn
gedachtelozer,
lichter zijn en zonder
woordendwang
mijn hart breekt nu
in iedere zin
ik graaf me alsmaar
dieper in mijn eigen
dichtersgraf
als straf voor 't
oeverloze denken
het haten en het krenken
de weemoed en de tranen
in mijn hoofd
ik staak het
verwarring stichten
in ongrijpbare gedichten
en geloof
dat ze mij dan
niet meer deren
ach hoe sneu is 't dan
te leren dat het dichten
immer weer
toch het denken
achterhaalt en zoals
zovele keren zal ik
triest gedachten lezen
die ik ongemerkt
al had vertaald


Ik heb op je gewacht


ik heb op je gewacht
misschien
om je gezicht
dat ik al was verloren
of om je stem te horen
hoezeer het in jou schuilt

te weten of je huilt
om dat wat in gedachten
al zo lang ligt bevroren

ik heb op je gewacht
misschien
niet lang genoeg
om woorden uit te spreken
die zonder taal of teken
in ogen zijn te lezen

de pijn die mij doet vrezen
dat wat ik niet meer
denken wil zal breken

ik heb op je gewacht
en traan na traan zie ik
wat niet meer zichtbaar is



Zolderopruiming


op mijn zolder huist een kwast
en die schildert al dat grauwe
en dat nooit vergeten ouwe
tot een kleurrijk mengpaneel

'k hou hem daar nog even vast
en ik laat hem rustig bouwen
aan mijn nu nog onbehouwen
aquarel van't luchtkasteel

aanstonds vormt zich alle last   
tot een machtig schilderij
'hier sta ik' en 'daar sta jij'
alles keurig in 't gareel



 

****************** De pijn gevoeld *****************


De pijn, gevoeld
tot in de nerven van het zijn
heeft alle cellen uitgehold
tot lege kamers zonder ruimte
voor liefde noch voor haat
het legt de klanken in een mond
die niet meer spreken wil
de onmacht machteloos verwond
tot zinnen zonder taal

En zo gedreven door hetgeen
wat niet meer eigen is
stoot het meer af
dan het behouden laat

 

Het deert niet meer


Het ligt verborgen achter flinterdunne kleuren
Het grijze weggevaagd door een nog stoffig blauw
En in de ochtendnevel geurt de zoete aarde
Als bloesems openvouwen dat ik van je hou

Het is verdronken in de opgedroogde parels
De nachten uitgedauwd in lome dageraad
En in de middagwarmte kleurt de tijd de waarde
Omdat de zon verlangend aan de hemel staat

Het deert niet meer, de dagen zullen lengen 
De lente wordt verwelkomd met gelach
En in de avondluwte streelt het fijnbesnaarde
Wanneer de merels zingen van de gouden dag

                             

~~~~~~~~~~~~~~~~~ De schelp ~~~~~~~~~~~~~~~~


Na de storm
die sporen achterliet
raap jij de schelp

Je spoelt het zand
dat in haar huist
met liefde weg en
zilte tongen
wassen zacht haar wonden

Je hebt haar teruggevonden
waar je haar steeds weer
zult verliezen

Tot je haar meevoert
op de golven van jouw rust

De zee
die heelt, de duinen kust,
zal keer op keer
de schelp verkiezen



strand 

De ondergang


Eens was hij nog het schip waarop ze voer
en waar ze deinde op immense zee
hij zocht er nooit een eiland voor hun twee
ze werd in eenzaamheid gekluisterd aan het roer

De lading in zijn ruim was altijd zwaar
maar toch werd er geen diepe grond geraakt
en in zijn voegen had het nooit gekraakt
haar stem verstomde hij in ongekend gevaar

Ze vocht met zeemeermannen op het dek
verscheurde tere vleugels van een meeuw
die haar des duivels maakte met geschreeuw
wanneer de haaien kwamen klauwen in haar nek

Hij stormde helse winden in haar hoofd
en hagelstenen smeet hij in haar maag
verdrinken in zijn ogen zag hij graag
want in haar vaarbewijs had hij nog nooit geloofd

En nu genageld aan de staken van zijn mast
draagt hij de resten van haar boetekleed



Oude stenen


Vind ik de ramen
telkens weer
in geblindeerde staat
de deur
die nooit meer open gaat
hoe vreemd is dan
dat wat ik haat
soms toch zo dierbaar is

Ik weet het wel
het neemt geen keer
jij moest een bouwval maken
en wat het broze hart kon raken
bleek slechts een luchtkasteel
niet meer

Hoe vreemd is dan
dat wat ik haat
soms toch zo dierbaar is

En dat wat nu ruïne is
het leven lijden laat

 

****************** Het was koud ******************


                  Het was koud toen hij stierf                  
en haar achterliet

Ze treurde de tijd voorbij
zorgzaam getroost
door wie haar liefhad

Ze ruimde zijn verdorde blad
de kleuren verpulverend
tot herinnering

En ze wachtte op de warmte
van de eerste zonnestralen
en haar lach

Maar ze miste zijn knoestige handen
die haar hadden geliefkoosd
bij elke najaarsstorm

Het vertrouwde ruisen van zijn stem
als hij haar in winternachten
in zijn armen wiegde

Ze miste het voorjaar
en zijn eens zo statige stam
waar ze altijd tegen leunde

En voor de eerste zomer kwam
        klom ze naar zijn takken . . .