Gratis muziek?
Luister nu gratis naar muziek!
www.nl.fm
Date Spotter
Nog geen date gespot?
www.datespotter.nl
Pagina maken?
Deel je kennis met anderen!
www.startspot.nl
StartVriend.nl
Maak een eigen website!
www.startvriend.nl

Sneeuw


Kleurrijke vogels
schrijven een sprookje
in wonderlijk braille

Over dansende feeën
die de aarde belagen,
donzige schapenkoppen
op neerbuigende halmen
en vurige appelkabouters
met witte puntmutsjes                                  

Verwonderd en gretig
verzwelg ik de zinnen
begroet koning Winter
met tintelende vingers
tot het einde weemoedig
in pekel verdwijnt

 

 

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~ Dromen ~~~~~~~~~~~~~~~~~


gedachten in beelden
onuitgesproken nog
en onbeschreven

tot ze in tekens
van taal
gekluisterd worden
aan het leven

en dan sterven
in bedrog

 

******************* Kerstbericht *******************


En koud, zó koud
vind ik het arme beest
verborgen
onder knisperend blad
voorzichtig strijk ik
't lijfje glad dat ooit
zo stralend is geweest
maar nu vervaald
tot warrig grijs
getuigt van een
te hoge prijs
door hem betaald

De vredesduif
wellicht verdwaald
                    die roerloos                    
                               in mijn tuintje ligt                              
als onheilspellend
kerstbericht

~~~~~~~~~~~~~~~~~ Wel-licht ~~~~~~~~~~~~~~~~~


was de dader
maar een dichter
dan had hij
zijn haat verwoord
en kon hij
zijn woede uiten
had hij niet
hoeven besluiten
tot zo'n laffe moord

was de dader
maar een dichter
dichterslevens
zijn wat lichter

 

~~~~~~~~~~~~~~~~ Dichter(bij) ~~~~~~~~~~~~~~~~


de taal beroerd
door spinsels
van een dichter
die onbevangen zich
ontvouwt voor lezers
zoals ik

wanneer ik koesterend
in het puurste ogenblik
zijn ziel ontbloot uit
saamgevlochten woorden
en hij de snaar raakt
van een geestverwant
als ik

 

Nachtwandeling


Genesteld in de kussens van het schommelbankje   
dat me zacht wiegend terugvoert naar het zomerstrand
schrik ik plots wakker van een doodgewaande kikker
die met zijn glibberlijf tegen mijn been belandt  

Ik buig me naar wat afgevallen rozenblaadjes
rangschik de kleinoden voorzichtig in mijn schoot  
en streel de zachtheid van de teruggevonden schatten 
die overbleven na een lijdelijke dood  
 
En tenenlopend over het paadje naar de vijver 
kronkelt een spinnenweb zijn sporen op mijn rug
maar op excuses voor dit nachtelijk verstoren
zeggen de arme vluchtelingen niets terug 

In het voorbijgaan tik ik tegen dorre stengels
de zaadjes ritselen alsof het regen is
ik lach meelevend om dat muzikaal gejammer
terwijl ik hen bevrijd uit hun gevangenis

Ik speur naar glinsterende windes in het water
die stiekem jagen bij het schijnsel van de maan
en met een takje roer ik kabbelende golfjes
daar waar ik aan de oever even stil blijft staan

Met zachte hand pluk ik het allerlaatste vruchtje
van mijn gekoesterde maar toch beroofde druif
geheel vakkundig door de merels leeg gegeten
die samenspanden met een hongerige duif

Dan werp ik nog een laatste blik in het oneindig
vlakbij de keukendeur waar ik nog even wacht
de wind speelt pakkertje met herfstanemonen
en laat hun wulpse rokjes dansen in de nacht

Ik hoor hoe ruisend hoge grassen naar me knikken
en zwaai verrast nog even stiekem naar ze terug
totdat het nachtelijke groeten overstemd wordt
door 't scherpe gonzen van een allerlaatste mug

Terwijl ik afscheid neem van al wat me zo lief is
vangen mijn lippen regendruppels uit de lucht
dan zucht ik diep voordat ik na mijn nachtelijk rondje
doorweekt en door de kou verkleumd naar binnen vlucht

 

~~~~~~~~~~~~~~ Herfstbeelden ~~~~~~~~~~~~~~


De bloementuin in poederige tinten
verdwaalt tussen het bronsverkleurend blad
In ochtenddauw is ragfijn draad gesponnen
herinneringen in patroon gevat

Het najaar koelt de bijna zoete vruchten
behoedzaam nog door lauwe grond gestreeld
De gulle takken reiken naar de aarde
waar het verlangen plagend wordt bespeeld

De paddenstoelen rijgen kralenslingers
in vochtig mos dat hun verbond verzwaart
En ongeroerd, door werkeloze handen,
wordt de voorbije tijd voorgoed bewaard

Het zilver schittert onder oude bomen
wanneer de wind de ijle kruinen kust
En in de takken kwetteren de vogels
gelaten wachtend op hun winterrust

De rijke grond, bezwangerd van de zaden,
bewaart beloftes voor het volgend jaar
De tuin, zacht geurend, weeft weemoedig dromen
om de beelden die ik graag bewaar


 

Analyse


Ik lees je
keer op keer
het raakt
en zet een sfeerbeeld neer
maar ook niet meer dan dat

Ik poog te associëren
loop tegen mooie woorden aan
die, waar ze staan
nietszeggend zijn
en zelfs het water bij de wijn
zelfs dat
verheldert niet

En zonder mededogen
berust ik in het onvermogen
het beeld te definiëren

Ik lees je
keer op keer
het raakt
en zet een sfeerbeeld neer
maar echt niet meer
dan dat

Er valt nog veel te leren 


Praagse zomer


oh, ik haat dat commerciële
dat verplichte en zovele
de terrassen met te dure glazen bier

plaatsbewijzen om te bidden
of het God ook wat kan schelen
dat de mens voor 't geloof komt of 't plezier

zelfs de armoe van de schrijver
in het kleine gouden straatje
moet voortaan betaald met duidelijke munt

waar een blik in het verleden
een bewonderaar in 't heden
enkel via stalen tralies wordt gegund

karikaturen van de rijkdom
die de oude brug betreden
scheiden zelfs geen koren van het kaf

en de muzen die er speelden
zwijgen net zoals de doden
op het oude Joodse kerkhof als het graf
                                                          
Praagse lente heeft de zomer          
tot het bot toe uitgeknepen
en met enkel klatergoud behangen

en in oude trieste ogen 
vind ik plots het onbegrepen
en het machteloze terugverlangen



---------------------- Monddood ----------------------


KOGELS DODEN GEEN GEDACHTEN
DIE, INGEBED IN MENIG ZIEL
TELKENS TOCH WEER
ZULLEN TRACHTEN OP TE STAAN
OM HETGEEN DAT NIET BEVIEL
- ONBEKEND MAAKT ONBEMIND -
MET OPNIEUW VEREENDE KRACHTEN
VAN ZICH AF TE SLAAN



~~~~~~~~~~~~~~~~~ Open tuin ~~~~~~~~~~~~~~~~


Als dichter kon ik nooit
mijn tuin omschrijven
de schoonheid van 't geheel
bleef woordeloos
het liefst wou ik er eenzaam
in verblijven
zo zonder dichtersdwang
genoot ik sprakeloos

Maar nu de leegte kleurloos
aan me kluistert
zie ik de reden plots
gegrift op mijn papier
ik miste nog de geestverwant
die luistert
die mij begrijpen kan
vind ik gelukkig hier

Ik leid je over alle
mooie paden
en laat mijn wintervogels
eten uit je hand
zo op het oog zal dat mijn tuin
niet schaden
waar eerder bloemen bloeiden
ligt toch enkel zand

 

Verbrand


ALS HEL VAN SPIJT ZO OVERTREFT
DAT ER GEEN DAG OF NACHT IS
GEEN SCHOUDER DIE HET LEED KAN DRAGEN
GEEN OGEN DIE DE TRANEN STROMEN
GEEN STEM DIE WOORDEN TROOST

ALS HEL VAN SPIJT ZÓ OVERTREFT
DAN BREEKT HET HEM TOT AS

 

Als waanzin regeert


IN DOODZWARTE NACHT
ZULLEN DUIVELSVUREN BRANDEN
DURFT ZE NIET MEER SLAPEN GAAN

DENDEREN GIFBELADEN TREINEN
LOKKEND
NAAR WAAR RUST HAAR WACHT

EN ALS ZE DAN NOG WAKKER WORDT
DURFT ZE NIET OP TE STAAN

 

-------------------- Zonder woorden -------------------


als woorden
ongeschreven
niet het hart
prijsgeven

geen beelden
kunnen vangen
noch lezers
doen verlangen

dan worden
woorden
waardeloos

zonder klank
of kleur

verwordt
het dichten
voor de dichter
woordeloos 
tot sleur

 

Ziek


schervenscherpe pijn
geselt het kraakbeen
adem ijlt, rillend
breekt het lijf
en braakt
gloeiende slapen
zoeken koelte
in kussen
om en om

de nacht
aldoor verstoord
in schor geblaf
en liters prikkeldraad
linkerzij, rechterzij
linkerzij, rechterzij

zes paracetamol later
drijf ik wakker
alsof de hele zee
is uitgestort
het slakkenhuis, verdoofd
ruist nog water

 

~~~~~~~~~~~~~~~~ Breekpunt ~~~~~~~~~~~~~~~~


Achter het spiegelbeeld
gebarsten en bekrast
fonkelt de zilveren einder
het scherpe oog
schoorvoetend afgetast
waar het verval
in oorsprong
wordt geheeld

Het breekpunt
van hoe het was
en hoe het ooit
zal zijn




De bron

                                                                        
Wild en krachtig stormde 't machtig       
woeste water naar omlaag                  waterval 

kolkend, klotsend, beukend, botsend 
schuimend op de keienlaag

Stuwend, sleurend, zwart verkleurend
in een helse razernij
oorverdovend, niets belovend
lokte 't woeste water mij

Tergend glad 't zwoegend pad
naar de oorsprong van de bron
zwetend, vloekend, doelloos zoekend
tot de plaats waar het begon

                                                              Dieper gravend heb ik lavend
                                                              daar gevonden wat ik zocht
                                                               in 't verleden lag de reden
                                                              van mijn tegenstroomse tocht

                                                              Kabbelend begreep ik pas
                                                              dat het water wijzer was



............................................... Tijdloos ............................................


in tijd te gaan
en ver te staan
van mijn beslommeringen
en alle aardse dingen
te lappen aan mijn laars
dat zijn, hoewel iets raars
mijn liefste mijmeringen
want tijd is
relatief gezien
nooit een met de natuur
geen dag, geen nacht
geen uur
is tijd
doch enkel duur
maar 't geeft
met het verstrijken
mooie herinneringen